De Jantjes, Dries, Manus en Toon, zijn drie onafscheidelijke vrienden uit de kleurrijke Amsterdamse Jordaan en in de buurt beter bekend als: de Dolle, de Schele en Blauwe Toon.
Het stuk begint als de drie, na het vervullen van hun dienstplicht bij de Marine, vol goede moed afzwaaien. Maar het leven als gewone burgers valt ze zwaar tegen. Het lukt ze niet om zich aan de maatschappij aan te passen en om werkt te vinden. Zij raken in de problemen op het gebied van geld en van de liefde.
Na de nodige feestjes, ruzies, een vechtpartij en een korte gevangenisstraf voor de Dolle, tekenen ze uit teleurstelling en geldnood voor het KNIL om als Koloniaal voor zes jaar te worden uitgezonden naar ons toenmalige Nederlands-Indië.
Vlak voor hun vertrek lijkt het met de liefde weliswaar weer goed te komen, maar dat kan niets meer veranderen aan hun verplichte vertrek naar de Oost. Uitgezwaaid door de buurt vertrekken zij met het schip "Prinses Amalia".
Als de Jantjes tenslotte na zes loodzware jaren terug keren naar Holland is hun blik op het leven en op de wereld voorgoed veranderd.
Maar in de oude vertrouwde Jordaan gaat het leven door alsof ze nooit weg zijn geweest.